Publicatie in PLOSONE! – de samenvatting

 

Determinants of lifestyle counselling and current practices: A cross-sectional study among Dutch general practitioners.

Leefstijlbegeleiding in de eerste lijn: een vragenlijststudie onder huisartsen.

 

– Dit is het eerste grote Nederlandse kwantitatieve onderzoek dat de huidige leefstijlbegeleiding en bijbehorende determinanten van huisartsen analyseert.

– Leefstijlbegeleiding is geanalyseerd onder 198 huisartsen op basis van het 5As-model, een communicatiemodel ontwikkeld voor leefstijlbegeleiding in de gezondheidszorg. Er wordt vooral gelet op doorvragen naar het huidige gedrag en de onderliggende overtuigingen van de patiënt, specifiek advies geven en bijbehorende doelen stellen, en helpen bij het overwinnen van barrières voor leefstijlverandering.

– Het beoordelen van het huidige gedrag en het adviseren van een patiënt komt het vaakst voor in de praktijkkamer. Samen doelen stellen, helpen bij het overwinnen van barrières en het regelen van vervolgafspraken of medicatiereductie kwamen het minst aan bod.

– Wat betreft verschillende leefstijlfactoren adviseren huisartsen patiënten het vaakst over roken en daarna fysieke activiteit. Alcohol gebruik en slaap zijn onderwerpen die het minst vaak aan bod komen.

– Voornamelijk voor roken worden samen doelen gesteld met de patiënt en dit gebeurt het minst vaak voor slaap.

– Barrières die huisartsen tegenkomen in het begeleiden van leefstijlverandering zijn stress en het gebrek aan motivatie en tijd. Huisartsen hebben dan ook de meeste behoefte aan tijd om vaker leefstijl te kunnen bespreken

– Huisartsen verwijzen voor leefstijlbegeleiding het vaakst naar de diëtist en het minst vaak naar de leefstijlcoach en medisch specialist.

– De ervaren eigen-effectiviteit, de attitude van de huisarts en de verwachtte norm van de patiënt vertonen de sterkste associaties met leefstijlbegeleiding. Met andere woorden; het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om leefstijlverandering te begeleiden, en geloven dat leefstijlbegeleiding nuttig en motiverend is, alsook dat patiënten van huisartsen verwachten leefstijl te bespreken zijn factoren die sterk samenhangen met het begeleiden van leefstijlverandering.

– Het cijfer dat huisartsen hun eigen leefstijl geven is op zichzelf een voorspeller van de mate waarin huisartsen leefstijlverandering begeleiden, maar dit effect loopt waarschijnlijk via een hogere attitude en eigen-effectiviteit.

– In tegenstelling tot wat werd verwacht, is de perceptie van de sociale norm dat andere huisartsen leefstijlverandering begeleiden geen voorspeller; dat geldt ook voor de persoonlijke norm dat huisartsen leefstijlverandering zouden moeten begeleiden.

Er is dus nog genoeg ruimte voor verbetering. Om leefstijlbegeleiding te stimuleren zou het volgende moeten gebeuren:

– Trainingen en scholingen voor huisartsen zouden gefocust moeten zijn op het vergroten van de attitude en de zelfeffectiviteit van de huisarts en de verwachtte norm van de patiënt.

– Faciliterende factoren zouden verbeterd moeten worden, bijvoorbeeld door het aanbieden van tools zoals handleidingen, flyers of apps voor huisartsen of patiënten om leefstijlbegeleiding te ondersteunen en de daaropvolgende gedragsveranderingen bij patiënten. Dit biedt concrete aanleiding en mogelijkheden om leefstijlverandering te begeleiden en kan tegelijkertijd attitude en eigen-effectiviteit verbeteren.

– Aangezien tijd het vaakst genoemd werd als facilitator is een verandering in de vergoeding van de uren van huisartsen essentieel. Hierbij zou een shift moeten plaats vinden van de vergoeding van tijd die in ziekte wordt gestoken naar een vergoeding van tijd voor preventie en leefstijl.