Please reload

Featured Posts

‘Dit is waarvoor ik arts ben geworden’

September 5, 2017

1/1
Please reload

‘Er is nog een taboe op leefstijl bij kanker’

November 30, 2018

 

Gezonder gaan leven na de diagnose kanker kan de prognose verbeteren. Daarom, vindt Nicoline Hoogerbrugge, zou het bespreken van leefstijl in de spreekkamer net zo normaal moeten zijn als het praten over klachten, medische onderzoeken en behandelingen. Haar visie stuit soms op weerstand. Maar het tij keert: steeds meer patiënten en zorgverleners staan ervoor open. 

 

‘Welke dokter zegt tegen een patiënt met darmkanker: ‘het is beter voor je als je geen frisdrank meer drinkt?’ Ik ken er bijna geen één. Toch willen de meeste artsen meer aandacht besteden aan leefstijl bij hun patiënten met kanker. Maar bijna niemand doet het. De meeste oncologen, niet alleen bij mij in het ziekenhuis maar overal, zijn logischerwijze heel erg gericht op de medische behandeling. Op de invloed die leefstijl daarop heeft lijkt nog een taboe te rusten,’ zegt prof. dr. Nicoline Hoogerbrugge internist‐oncogeneticus in het Radboudumc en hoogleraar erfelijke kanker. ‘Hoe dat komt? Ik weet het na al die jaren nog altijd niet. Als iemand een hartinfarct heeft doorgemaakt vinden we het doodnormaal om bloeddruk en cholesterol te bepalen en het gewicht, beweging en voeding te bespreken. Mijn doel is dat leefstijl na kanker een net zo’n prominente plaats in de spreekkamer krijgt.’

 

Steeds meer bewijs

Sinds kort merkt Nicoline dat het tij begint te keren. ‘Werd ik tien jaar geleden nog wat meewarig aangekeken als ik het had over de invloed van leefstijl op kanker, nu merk ik dat steeds meer zorgverleners en patiënten interesse hebben. Uit steeds meer onderzoeken wordt duidelijk dat gezond leven ook na de diagnose kan helpen om de prognose van patiënten te verbeteren. Bijvoorbeeld bij darmkanker gaat het dan om heel gewone dingen, zoals bewegen (en niet voor de TV te gaan zitten), niet roken en geen of weinig suikerhoudende frisdranken drinken. Dit is allemaal bekend, maar die kennis delen we nog niet altijd met onze darmkanker patiënten. Dat zou ik graag anders zien, want veel patiënten willen graag ook zelf aan de slag tegen kanker. Helaas kan je ook kanker krijgen en er aan sterven wanneer je heel gezond leeft. Toch heb je vaak meer invloed op kanker dan je denkt.’ Hoe groot is dat effect? ‘Dat weten we nog niet precies. Daarom is het onverstandig om getallen te noemen. Zeker, er is nog veel meer onderzoek nodig, maar we kunnen de gegevens die er al zijn niet meer negeren.’

 

Gezonde leefstijl bij kanker in een notendop

Nicoline Hoogerbrugge ontwikkelde samen met Prof. dr. Bart Kiemeney, kanker epidemioloog, in het Radboudumc een paar hulpmiddelen voor in de spreekkamer. Met onder meer een geautomatiseerde vragenlijst en een ‘kaartje voor de in de doktersjas’. ‘Op dat kaartje staan de normen voor een gezonde leefstijl, zodat alle artsen hetzelfde zeggen en we elkaar niet tegenspreken.’

  • Eet 200 gram groente en 2 stuks fruit per dag,

  • Beweeg wekelijks minimaal 150 minuten matig intensief (meer is beter)

  • Drink geen alcohol (of hooguit 1 glas per dag – niet elke dag)

  • Rook niet, vermijd ook (mee)roken 

  • Houd de BMI tussen de 18, 5 en 25

 

Leefstijl bespreekbaar maken: de 5 A’s

Ook bevat het kaartje tips gebaseerd op de de 5 A’s die helpen om leefstijl bespreekbaar te maken: Ask, Advice, Asses, Assist en Arrange.

 

* Ask -  Vraag bij iedere patiënt die is behandeld voor kanker naar de leefstijl.

 

‘Ik gebruik hiervoor een standaard vragenlijst die mijn patiënten van te voren invullen. Om die te ontwikkelen, heb ik veel van de ervaring van cardiologen geleerd. Het gaat om heel basale vragen: rook je, hoe veel alcohol gebruik je, hoe gaat het met sport en bewegen, hoe is het met je gewicht, hoe ziet je eetpatroon eruit. Niet iedereen staat hier voor open. Zeker niet direct na de diagnose, dan staat alles in het teken van de behandeling en hebben veel patiënten wel wat anders aan hun hoofd. Maar vrijwel altijd komt er een moment waarop patiënten willen weten wat ze nu zelf kunnen doen om hun prognose te verbeteren. Die vragen komen vaak pas op als de behandeling klaar is. Praten over kanker en leefstijl is enorm precair. Niet alleen voor patiënten, ook voor artsen. Heel belangrijk is dat je de juiste woorden vindt. Leefstijl bespreken kost tijd en aandacht. Maar dit is een proces waar we met elkaar aan moeten beginnen en van leren hoe we leefstijl het best bespreekbaar kunnen maken.’

 

* Advice - Adviseer en bespreek de voor- en nadelen die leefstijl veranderingen met zich meebrengen en maak dat concreet.

 

‘Wat die nadelen betreft, het is nu eenmaal altijd lastig om een gewoonte te veranderen. Maar de voordelen zijn flink. Gezonder leven geeft meer energie, helpt de behandeling beter te verdragen en kan de prognose verbeteren. Ook vertel ik wat dat dan is, een gezonde leefstijl. Daarbij ga ik uit van de leefregels die we op het ‘kaartje voor in de witte jas’ hebben staan. Ook bewegen en het gewicht zijn daarbij belangrijk. Wat voeding betreft volgen we gewoon de gezonde voedingsrichtlijn. Ik druk mijn patiënten op het hart om niet extreem te gaan doen. Ga niet, omdat je denkt dat het gezonder is, maar zonder medische reden, extra vitamines uit een potje slikken. Haal ze uit je voeding. De meeste patiënten weten best wat gezond eten is, maar het is voor hen, zoals voor iedereen, lastig om dat ook te doen. De kunst is om niet in periodes te diëten en dan weer te gaan eten zoals je altijd deed, maar een gezond eetpatroon aan te leren. Als je doet wat je deed, krijg je wat je had en dan kom je dus weer aan zodra je in je oude eetpatroon terug valt. Ik heb zelf ook alle mogelijke diëten gevolgd, en dan hield ik dat even vol totdat ik dacht; zo, en nou heb ik zin om weer normaal te gaan doen. En daar zit ‘m de crux. Als je een basaal normaal gezond voedingspatroon hebt, kun je best af en toe wat extra’s nemen. Maar het is onverstandig om dat elke dag te doen. Ik zeg mijn patiënten: je gaat niet op dieet, je eet gezond en af en toe gun je jezelf wat lekkers. Dat is een veel leuker principe.  Wat belangrijk is dat iemand voor zichzelf een zo concreet mogelijk plannetje maakt. Niet: ik ga afvallen, maar wel: ik eet geen toetje meer, en wel iedere dag 2 soorten groente, bijvoorbeeld. Ik adviseer mensen om iedere dag bij te houden of het is gelukt. Door een vinkje te zetten in hun smartphone, of in een speciaal schriftje. Dat is niet ter controle, maar het helpt omdat het voor henzelf zo lekker concreet maakt dat ze goed bezig zijn. Ook voor beweging geldt: maak het makkelijker voor een patiënt: Je hoeft niet naar de sportschool of op een racefiets te gaan zitten om meer te bewegen. De auto een stukje verderop parkeren als je boodschappen doet helpt ook.’

 

* Asses - Bepaal de bereidheid van de patiënt, aan welk onderdeel van de leefstijl is hij of zij bereid iets te verbeteren?

 

‘Wat wil je veranderen, en wat wil je daarvoor doen of laten? Dat bespreek ik met patiënten. Als ze dan zeggen; ik wil afvallen maar ik wil niet meer gaan bewegen en ook niet anders eten- tja, dan schieten we alle twee in de lach. Het gaat erom dat je realistisch bent. Leefstijlverandering gaat met stapjes.’

 

* Assist - Maak samen een zo concreet mogelijk plan voor de komende 30 dagen: wat ga je precies doen en wat doe je op moeilijke momenten?

 

‘Belangrijk is, nogmaals, dat dit plan concreet is. Dus liever ‘ik ga iedere avond na het eten een kwartiertje wandelen’ of ‘ik neem voortaan altijd de trap in plaats van de lift’, dan ‘ik ga meer bewegen’. Waarom 30 dagen? ‘Gedragswetenschappers hebben aangetoond dat mensen deze periode kunnen overzien. En bovendien: als je iets 30 dagen kunt volhouden, kun je het ook veel langer volhouden. Ik vind dat zelf ook best logisch. Als ik iets lastig vind, zoals helemaal geen alcohol drinken, kan ik het best een maandje doen. Dat lukt. Maar als je tegen me zegt dat ik het een jaar, of zelfs langer, moet volhouden, zakt de moed me al bij voorbaat in de schoenen. Samen met mijn patiënten denk ik na over wie hen hierbij kan helpen. Een maatje, dat kan een buurvrouw zijn, een partner, kind of vriend. Iemand die met je meedoet en meeleeft in goede en in slechte tijden. De rol van de huisarts is hierin ook heel belangrijk. We moeten als multidisciplinair team om de patiënt heen staan, met hetzelfde doel, en in dezelfde taal. Die afstemming is heel belangrijk en begint er gelukkig steeds meer te komen.’

 

* Arrange – ‘Bespreek leefstijl bij iedere vervolg bezoek. Gezonder leven is een proces. Met één keer op de agenda zetten ben je er niet. Door er bij ieder consult aandacht aan te besteden laat ik als dokter merken hoe belangrijk je het vindt: heel belangrijk. Leefstijl verdient in de spreekkamer meer aandacht en het bespreken van leefstijl zou, wat mij betreft, net zo normaal moeten zijn als het bespreken van klachten, medische onderzoeken en behandelingen.

 

Tekst: Susanne de Joode, medisch journalist

 

Please reload

© 2016 by Vereniging Arts en Voeding  KVK nummer: 66432855